Begin met het voorbereiden van de rozijnen. Laat deze 20 minuten in heet water wellen.
Zet alvast een bakblik met bakpapier klaar en maak ruimte in je koelkast vrij, zodat het bakblik met de uitgestoken scones koel kunnen rusten.
Meng tarwebloem, bakpoeder, zout en suiker door elkaar in een kom. Voeg de blokjes koude roomboter toe en wrijf deze door het deeg, totdat je een kruimelig geheel hebt.
Klop in een schaaltje 2 eieren los met de yoghurt en roer dit door de kruimels. Voeg de uitgelekte en drooggedepte rozijnen toe. Houd wat losse bloem bij de hand.
Meng het deeg vlot en voorzichtig met je handen tot het glad is. Je wilt geen brood maken dus niet langdurig kneden of wrijven, maar vlot mengen. Is het te plakkerig, bestuif je handen dan even met wat bloem.
Bestuif het aanrecht met bloem en leg het deeg erop. Bestuif ook de bovenkant van het deeg lichtjes met bloem. Rol het deeg plat tot ongeveer 2 cm dik. Steek er 12-18 scones uit van ongeveer 6 à 7 cm Ø en leg deze met tussenruimte op het bakblik (wij hadden er twee nodig).
De restjes deeg steeds even samennemen en opnieuw uitrollen en uitsteken tot het deeg op is.
Rusten (heel belangrijk)
Laat de scones (afgedekt) op het blik 60 minuten rusten in de koelkast. Zo zullen de gluten ontspannen en daardoor krijg je mooie zachte, enigszins schilferige scones.
Afbakken
Verwarm de heteluchtoven voor op 190 °C.
Klop het overgebleven ei los en bestrijk de bovenkant van de koude scones ermee.
Bak de scones in 20 minuten gaar, de precieze tijd hangt af van de afmetingen van je deeg. De scones zijn gaar als bovenkant en de bodem goudbruin kleuren en ze een beetje ‘hol’ aanvoelen als je erop tikt. Bak ze zeker niet te donker dan zijn ze veel te droog!
Laat de scones iets afkoelen op een rooster voordat je ze serveert. Altijd lekker met jam en clotted cream. Eventueel met vers fruit en natuurlijk een kop lekkere Engelse thee!